Home                       Blog                      Pictures                        

Welkom op de blog van mijn vrijwilligersproject in Dehradun, Indië

8 jan. 2008

Beetje Vanalles

Dehradun, 7 januari 08

Om te beginnen, een gelukkig nieuwjaar aan iedereen die dit leest. En een zalige late kerstmis. De vorige keer dat ik in ’t stad was lag de internetvoorziening plat, zodoende is het alweer meer dan twee weken (of is het al drie?) geleden sinds ik laatst iets toegevoegd heb. En vandaar dat het meteen een lange brok is.

Van kerstmis gesproken, in België ben ik geen zo’n grote fan van het hele gebeuren, maar ik had wel gedacht dat ik het hier toch een beetje meer zou missen. Ik was echter al zo ongeveer vergeten dat er zoiets als kerstmis bestaat toen een zeldzame Indische protestantse bezoekster mij er de dag voordien op moest wijzen dat de hoogdag der hoogdagen er zat aan te komen. Oh heiligschennis! Ik heb het rustig verder genegeerd, zoals mijn Hindi collega’s.

Ik ben onvermijdelijk genoeg al een paar keer gevraagd naar “wie mijn god is”. Ik weet dan niet goed of ik iemand ga beledigen indien ik zeg dat ik er geen heb, dus houd ik het meestal op het ontwijkende “ik ben katholiek opgevoed”. Laatst echter troonde Shiv Chander, de jonge boer met het gouden hart die mij regelmatig op impromptu Bollywood-dansdemonstraties trakteert, mij mee naar zijn kamer waar hij een klein schrijntje heeft waar er onder andere een oude ‘voter registration card’ in staat die toebehoorde aan zijn moeder, die overleden is toen hij nog erg jong was (“my mother, my god”, met een grote glimlach, naar boven wijzend). Daarna legde hij me uit wie er nog allemaal staan, bijvoorbeeld Ganesh, Lakshmi en Shiva. Toen hij vervolgens vroeg wie mijn god is, zei ik “geen god” (“nahi God”). En hij: “God of the hart!”.

Foto kamer Shiv. (ps: Op de achtergrond zie je nog net de voeten van Prakash, de nachtwaker die de velden beschermt tegen de destructieve nachtelijke bezoekjes van wilde varkens, onder de lakens piepen. Ik kan me wel wat voorstellen wat hij van onze ochtelijke inval in hun kamer vond, maar Shiv leek het geen issue te vinden dat de arme mens schaapjes (of wilde varkens?) lag te tellen.)

Die protestantse bezoekster waar ik het over had maakte deel uit van een bezoekende groep leraressen in opleiding van Lady Sri Ram’s College in Delhi. Af en toe komen hier schoolgroepen op educatieve uitstap, en dan krijgen ze onder andere deskundige lessen over biologische landbouw van de van een vriendelijk en rustig gemoed voorziene dr. Vinod Bhatt, die ook mijn EVS-mentor is. Ze krijgen dan ook een rondleiding op de boerderij, waarvoor ook ondergetekende ingeschakeld wordt wanneer het in het engels mag zijn, en er volgen praktische sessies over zaken zoals de bereiding van biopesticiden, compost en plantaardige geneesmiddelen. ’s Avonds krijgen ze films te zien die door Navdanya gemaakt zijn, bv. over de gevaren van pesticiden (bleek nogal confronterend voor de meesten onder hen). En… er wordt heel feestelijk gekookt door Premji (“Prem” betekent “Liefde”, en “Ji” is een achtervoegsel dat op respect duidt) en zijn bevallige assistente Komal, en wij smullen natuurlijk dankbaar mee.

Foto LSR en dr Bhatt

Niet dat er anders niet lekker gekookt wordt, al is het wel redelijk repetitief, de immer winnende combinatie is: rijst; bonen/linzen, chapati en wat groenten (meestal aardappelen -die hier als ‘groenten’ beschouwd worden zoals pakweg broccoli bij ons- en radijs).
Naar Indische maatstaven is dat een zeer goede maaltijd, een bijzonder groot deel van de plattelandsbevolking lijdt immers aan chronische bloedarmoede tengevolge van een gebrekkig dieet, dat zich vaak beperkt tot niet meer dan wat rijst en chapati. Dat is dan ook vaak het enige wat de boeren groeien: rijst en tarwe (die in grote hoeveelheden geëxporteerd worden of opgekocht door de overheid voor buffer opslag), of een zogenaamde cashcrop zoals katoen of suikerriet. Die worden dan verkocht, maar de opbrengst is vaak zeer laag, soms lager dan de kosten die ze gemaakt hebben in de aankoop van zaden, kunstmest en pesticiden, zodat er geen geld beschikbaar is voor de aankoop van voedsel dat voor een voedzaam dieet kan zorgen zoals groenten (die ondertussen heel erg duur geworden zijn). Daarom probeert Navdanya de boeren te stimuleren om biologisch te boeren: met zelfgewonnen biologische bestrijdingsmiddelen, door het onder elkaar uitwisselen van zelf gewonnen zaad, met zelf gemaakte compost. En, om biodivers te boeren, zodat het gezin meer te eten heeft dan enkel granen.

Het winterseizoen is niet zo lang geleden begonnen, op de boerderij komt de tarwe (meer dan veertig variëteiten worden hier geconserveerd) net uit de grond piepen, de mosterdplanten daarentegen zijn volgroeid en worden momenteel volop geoogst. Laatst bracht ik samen met Shiv en Sheila Didi de middag door met het oogsten van de mosterdzaadjes, waar later mosterdolie van geperst zal worden die gebruikt wordt om te koken. Dat gaat als volgt: nadat de planten van het veld gehaald waren, werden ze op een groot stenen platform uitgespreid om ze in de zon te laten drogen. In de winter is het hier erg droog en zonnig, dus dat gaat redelijk snel. Terwijl ze droogden, kwamen de zaadjes los uit hun omhulsel. De plantresten hebben we dan laatst zo goed mogelijk opgeveegd (die komen later in de compost of worden aan de koeien gevoerd), en met wat over bleef, zijn we aan het “osaii” gegaan (ik ken het nederlandse woord niet). Dat wil zeggen, de zaadjes en alle andere opgedroogde plantrestjes die er nog tussenzitten liet Sheila vanop anderhalve meter hoog voorzichtig vallen terwijl er een minder motorisch begaafd iemand (bibi) achter stond en aan een groot propeller/ventilatorachtig machien draaide dat wind maakt zodat de plantrestjes wegwaaien en de zaadjes mooi gesorteerd op de grond vallen. Goed voor de armspieren, kan ik je verzekeren!

Vorige week heb ik ook voor het eerst samen met Jeet Pal - de joviale kruidenboer en specialist in Gharwali liederen en volksdansen die deze onbeholpen westerling zo een beetje onder zijn persoonlijke hoede heeft genomen - en Sunil – zijn maatje die ook uit de Gharwal Himalayas afkomstig en die weinig engels kent maar communiceert met behulp van fronsen en knipoogjes – geploegd! Enfin, Jeet Pal en Sunil hebben geploegd (’t is ongelooflijk hoe goed de ossen naar hun commando’s luisteren), en ik heb gediend als ballast om de ploeg en de balk die de grond effent wat extra gewicht te geven. Ik ken mijn plaats, nietwaar! Het betrof Jeet’s kruidenveld waar we voordien de uitgebloeide rode hibiscus (daar wordt een kruidenthee van gebrouwen) van geoogst hadden, en waar binnenkort kamille (ook voor thee) in verplant zal worden. De bloembodems van de hibiscus worden nu te drogen gelegd, ik ben benieuwd naar hoe de thee zal smaken.

Foto Sunil aan het irrigeren

Jeet Pal (zijn naam kan je letterlijk vertalen als “volgehouden overwinning”) is afkomstig uit de bergen, waar zijn gezin samen met zijn schoonmoeder nog steeds woont, en hij herinnert er mij regelmatig aan hoe mooi het er niet is (en dat het er koud kan zijn, “today it’s snowing in mountains I think!”). Een aantal weken terug is zijn tweede zoontje geboren, hij kon er echter niet bij zijn en hij heeft nog steeds zijn nieuwgeboren zoon niet kunnen zien! Hopelijk krijgt hij snel vrijaf en kan hij zijn gezin gaan bezoeken, maar Kuldip, de personeelschef doet moeilijk en laat hem niet graag gaan omdat Jeet goed engels spreekt en daarom altijd van hem verwacht wordt dat hij present is wanneer er buitenlandse bezoekers en seminaristen op de boerderij verblijven. Hij vertelt me vaak dat hij slecht slaapt omdat zijn gedachten steeds bij zijn gezin zijn. Hij laat zijn gemoed echter niet zakken, probeert goedgeluimd te blijven, neemt nog steeds absurd lange aanlopen bij het bowlen wanneer we cricket spelen en zingt lustig zijn geliefde Gharwali klassiekers.

Foto Jeet Pal en (een deel van) de bende van Navdanya

Af en toe gaat hij op bezoek bij de families van Navdanya-collega’s die dichtbij wonen, om zich te goed te doen aan de gloed van het warme Indische familieleven. En hij is zo goed mij mee te nemen. Zo ben ik al op bezoek geweest bij de familie van Premji (die een zoon heeft die ‘ook’ Dinesh heet en ver weg in de Punjab in een textielfabriek werkt), van Komal en laatst ook die van Poonam, waar we zelfs een nachtje zijn blijven logeren. Poonam – de bibliothecaresse - woont samen met haar grootmoeder – een prachtige gerimpelde oude vrouw met echte kwajongensogen die ze met haar kleindochter deelt -, haar vader - oud-ingenieur in het Indische leger -, haar moeder – trouw Navdanya-lid -, haar jongere zus en broer in Ganeshpur, een paar kilometer van de boerderij. Het was schoolvakantie, en daarom was ook één van haar oudere zussen (ze heeft maar liefst vier zussen, één ervan runt een bio-café in Nieuw-Zeeland) op bezoek, samen met haar drie schattige en drieste kinderen, die ons onder andere getrakteerd hebben op een geïmproviseerde dansvoorstelling. De kleinste, Sunila, gaat nog niet naar school, maar demonstreerde al wel dat ze die oude Indische uitvinding, het getal nul, al helemaal onder de knie heeft door haar handen (en de mijne) helemaal vol te kladderen met rondjes, onderwijl declamerend: “zero, zero, zero,…” Sunila’s troetelnaam is Bata (“kleintje”) en is diegene van de jongste generatie die de familietrek van de kwajongensogen verderzet. Nadien werden de fotoalbums opgeduikeld en hebben we allemaal samen de familiegeschiedenis zitten doorsnuisteren. Een heel belangrijk hoofdstuk betrof die ene keer dat de moeder van Poonam naar het buitenland, Italië, is gereisd. Ze ging met een delegatie van Navdanya naar Terra Madre, een festival van de Slow Food Movement. Ik voel soms wat schroom om te vertellen waar ik overal in de wereld al het geluk heb gehad om naar toe te reizen. Voor iemand uit Indië is zoiets héél wat minder vanzelfsprekend, ik mag, ondermeer wat dat betreft, echt van geluk spreken. Na de foto’s volgde de lekkere en heel hete maaltijd. Ik ben ondertussen al redelijk gewend aan de hoeveelheid pepers die aan de doorsnee maaltijd worden toegevoegd, behalve dan wanneer er een zaadje vast komt te zitten in mijn keel en mijn ogen haast uit hun kassen springen! Ik moet enkel nog wat wennen aan het feit dat in Indië de gasten eerst geserveerd worden wanneer het etenstijd is en de familie pas achteraf eet. Ik denk dat ik onze manier, allemaal samen aan de maaltijd, toch maar de voorkeur geef. Maar het was een heel fijne avond, bij heel fijne mensen.

Toen ik rond nieuwjaar een zware verkoudheid had (waarmee ik zowat iedereen heb aangestoken, behalve Jeet, die beweert dat hij kan voelen aankomen wanneer hij een verkoudheid gaat krijgen en dan preventieve middeltjes neemt), gaf hij me een zwartkleurig kruidenbrouwsel dat uiterst afgrijselijk smaakt: ik verdenk hem er van het heel grappig te hebben gevonden om mijn gezicht te zien vertrekken. Maar ik denk dat het geholpen heeft, mijn verkoudheid is in ieder geval sneller op weg te verdwijnen dan die van Poonam die het zwarte spul niet binnen krijgt en nog steeds loopt te kuchen en snotteren. Ondertussen heeft hij me ook een mengseltje van gemalen zaden gegeven waarvan ik elke ochtend een lepel tot me neem, en waarvan Jeet beweert dat het me gezond zal helpen houden.

Laatst was er hier op de boerderij een ‘coördinator’s meeting’: uit alle windstreken waren de coördinatoren van Navdanya naar de boerderij afgezakt om hun werk in de lokale gemeenschappen te bespreken met Vinod Bhatt, Negi (hoofd van de coördinatoren) en Vandana Shiva. ’t Was allemaal in het (razend snel) Hindi, dus ik heb er niet veel van verstaan, maar ik heb wel meteen twee uitnodigingen gekregen om op bezoek te gaan, ééntje van een coördinator in Har Ki Duun, in de bergen van Uttarakhand, en één van een aanstaande coördinator uit Bihar. Ik had al stiekem gehoopt om naar die twee plekken te gaan (Har Ki Duun schijnt fantastisch wandelgebied te zijn en in Bihar bevindt zich Bodh Gaya, een boeddhistisch heiligdom), dus dankuwel, o voorzienigheid!


Ondertussen heb ik ook eens samengezeten met Vandana Shiva, de stichtster van Navdanya en bekend/berucht activiste, en mijn mentor Vinod Bhatt omtrent wat ik hier het komende jaar nog meer ga uitspoken. Vandana toonde heel wat interesse in het idee van arbeidszorg in combinatie met biologische landbouw die in de Lochting in Izegem bedreven wordt. We gaan onderzoeken of we een gelijkaardig initiatief kunnen opstarten op de boerderij van Navdanya, geïnspireerd op het Belgische voorbeeld. Vinod gaat op zoek gaan naar mogelijke partnerorganisaties met geschikte deelnemers, en dan gaan we ze contacteren en ga ik bij hen de zaak bepleiten. En als er interesse is, kunnen we verder. Daarnaast ga ik ook een databank samenstellen van alle plantvariëteiten in de zaadbank. In de zaadbank worden meer dan 400 variëteiten rijst, meer dan 50 variëteiten tarwe en nog veel meer, van amarant tot zoete aardappelen, geconserveerd. Navdanya gaat actief op zoek bij kleine boeren naar traditionele plantvariëteiten om ze op de velden van de boerderij te conserveren en ze gratis te verspreiden, met als doel het agriculturele erfgoed in leven te houden. Op dit moment wordt alles op papier bijgehouden, maar dat kan natuurlijk efficiënter op de computer. Tenslotte ga ik ook samen met Vinod meewerken aan de nieuwe editie van de Navdanya-publicatie ‘Principles of Organic Farming’, die ook als lesmateriaal gebruikt wordt. In eerste instantie om het engels taalgebruik en de organisatie van de tekst te verbeteren, en ze gaan misschien ook nieuwe hoofdstukken toevoegen. Vandana Shiva zei dat ze graag een nieuw hoofdstuk zou hebben over de impact van het klimaat op de landbouw en over hoe de boeren zich (kunnen) aanpassen aan de op sommige plekken reeds snel veranderende klimatologische omstandigheden. Het zou in ieder geval heel leerrijk zijn om daar aan te mogen mee werken en een bescheiden bijdrage te leveren. En daarnaast ga ik natuurlijk ‘gewoon’ mee boeren hier op de boerderij, waar ik echt van geniet.

Foto Vandana en Samdung Rinpoche

Om af te sluiten, sinds een paar dagen heb ik gemerkt dat er een kleine uil zich regelmatig vlakbij mijn kamer vertoont. Het is een South Asian Barred Owlet, voor de ornithologen onder u. Ik zag zo’n South Asian Barred Owlet voor het eerst een week geleden tijdens een avondlijke wandeling aan de rand van het bos. En sindsdien zit er elke dag zo’n uiltje in bomen vlakbij mijn kamer. Het is een koddig en ik denk jong dier, laatst zag ik hem uit de jackfruitboom vallen, pardaf op de grond. Hij (of zij) scharrelde zichzelf haastig bijeen en fladderde snel weg (hij doet een beetje denken aan obese vleermuis wanneer hij vliegt, met een snelle vleugelslag, slalommend door de overdekte wandelgangen). Ik vraag me af of het dezelfde uil is die ik bij het bos zag, ik mag me graag inbeelden dat hij me gevolgd is naar de boerderij. Ik zal u op de hoogte houden of hij het hier aangenaam blijft vinden.

Foto Mijn Kamer, ongekuiste versie ;-)

10 dec. 2007

Delhi bijzonderheden

Hey allemaal,

Ik zit terug even in Delhi voor een nieuw rondje sparren met de papiervreters van het immigratiebureau. Ik ga niet te veel meer schrijven, gewoon wat willekeurige dingen uit Delhi:

-Jongens die petanque spelen met hun mobiele telefoons.
-Een dertig meter hoog apengodbeeld (oh, heb ik dat al gezegd? Je zou het moeten zien).
-Een taxichauffeur die iemand aanrijdt en gewoon doorrijdt, wat blijkbaar doodnormaal is
-Boodschap in de metro van Delhi: 'please do not befriend any strangers'.
-De trein die, 2 uur in vertraging, op 100 meter van het station tot stilstand komt en daar doodleuk nog een half uurtje blijft staan.
-Een goochelaar-winkelier die vlugger dan je ogen kunnen waarnemen drie geldbriefjes in twee geldbriefjes omtovert en je met oscar-winnend gezicht meedeelt dat je te weinig betaald hebt.
-Een riksjah-wallah die je doodserieus probeert te overtuigen naar Agra te rijden, 100 km verderop, terwijl je eigenlijk slecht 100 meter verder moet zijn en je zijn diensten niet eens gevraagd hebt ('Connaught Place is closed today. Taj Mahal in Agra: centre of the world sir!').
-Trottoirs vol Nepali's die elk jaar tijdens de winter naar Delhi afzakken om warme kleren aan Indiers te verkopen.
-Een taxichauffeur die aan the great Indian novel werkt ('fucking india, all this fucking corruption').
-Nog een riksjah-wallah aan het station die je vraagt 50 roepies meer te betalen omdat hij parkeergeld moet betalen aan het station en je vervolgens doodleuk op sleeptouw neemt naar zijn voertuig dat ergens verderop in achtersteegje geparkeerd staat.
-Immigratie-ambtenaren die je vragen om ukraiense paspoorten voor hen te vertalen (blond=russisch?)
-Leurders die je komen vragen of ze je oren mogen uitkuisen, en daar zowaar gespecialiseerd materiaal voor hebben
-...

Never a dull moment in Delhi!

Foto's: Delhi

Afscheid & Aandacht

Dehradun, 3 december 07, 20 :33

Ik had beloofd om iets te schrijven over mijn afscheid uit België. In de eerste plaats een grote dankjewel aan iedereen die gekomen is naar Izegem en naar Roeselare voor jullie interesse en voor jullie steun. En niet in het minst aan Kathleen en mijn liefste mama voor hun initiatief en de tijd die ze besteed hebben in de organisatie van de feestjes in de Lochting en bij ons thuis.
Momenteel is er op de boerderij een seminarie aan de gang over de filosofie van Ghandi en bijgevolg zijn er hier een heleboel mensen aanwezig uit heel de wereld die op de een of andere manier aan activisme doen, van een Amerikaanse die in een lepra ziekenhuis in Mumbai werkt, over een Indiër die in Maharashtra probeert de zelfmoordepidemie onder de boeren in te dijken, tot en met Samdhong Rinpoche, de eerste minister van de Tibetaanse regering in ballingschap.
Wie denkt er aan dat er in het moderne Mumbai mensen zijn die aan een middeleeuwse en eenvoudig te genezen ziekte als lepra sterven? Wie denkt er aan dat in de zogenaamde katoenstreek van Indië en ook in andere regio’s boeren op een angstwekkende schaal zelfmoord plegen omwille van ondraagbare schulden? Wie denkt er aan dat een miljoen Tibetanen hun leven verloren hebben als een direct of indirect gevolg van de Chinese invasie?
Tja, ik tot voor kort niet, je voelt je klein als je dat allemaal hoort van mensen die er dag in dag uit mee bezig zijn. En elk van deze mensen zegt iets gelijkaardigs: hoe belangrijk het is om ruchtbaarheid te geven aan deze toestanden, hoe moeilijk het is om te voorkomen dat mensen hun aandacht afwenden naar een minder confronterende gedachte, en hoe ze simpelweg dankbaar zijn om aandacht te krijgen. Samdhong Rinpoche werd vandaag door iemand de vraag gesteld hoe om te gaan met hebzucht en met haar kwalijke gevolgen. Zijn antwoord was het eeuwenoude boeddhistische antwoord. De eerste stap moet steeds zijn: door er aandacht aan te schenken. Door met een geduldige geest en zonder afschuw of adoratie de hebzucht van jezelf en anderen steeds opnieuw onder de loep te nemen. Door te trachten de realiteit er van onder ogen te zien.
Daarom, nogmaals, een grote dankjewel voor jullie interesse en aandacht, ik vond het heel fijn.

Oh, en neem eens een kijkje bij de foto’s! Ik zal telkens een link zetten onder mijn stukjes naar de bijhorende fotos’s.

Foto’s: afscheid Izegem (komen (zeker) nog!), afscheid Roeselare (komen (hopelijk) nog), Samdhong Rinpoche

Welcome to Dehradun

Dehradun, 3 december 07, 21:22


Ik kwam van de nachttrein gestrompeld om half zes. Het was nog pikdonker in Dehradun en de kou was verrassend sterk, maar rond het station zwermden reeds een boel taxichauffeurs op zoek naar klanten om naar Mussoorie te rijden, het naburige vakantieoord uit de tijd toen de Raj nog in de zomers massaal naar de bergen afzakten op zoek naar een beetje verkoeling. De instructies volgend die mij gegeven waren, ging ik op de hoek van de straat staan wachten op de “number 5 auto”. Verblind door de lampen van het tegemoetkomend verkeer stond ik dus op de uitkijk naar een bus met het nummer vijf op. Een tuktuk kwam kreunend tot stilstand naast me en enkele warm ingepakte passagiers stapten op. Net voor hij ging vertrekken merkte ik op dat er op de voorruit een ‘5’ geschilderd stond. Geen bus dus, maar een groot uitgevallen tuktuk (een sumo noemen ze dat hier), die ik deelde met een oude man met Afghaanse baard en gewaden, een Tibetaans jongeman en een Indische gezinnetje. Naargelang de rit vorderde werd de tuktuk compleet volgeladen en overbeladen, om vervolgens langzaam terug leeg te lopen, tot ik als enige nog overbleef en ik op mijn eentje in de snijdend koude wind (“they say the darkest hour, is right before the dawn” hoorde ik Bob Dylan in mijn achterhoofd zingen, maar het is alleszins ook “the coldest hour”) achterbleef in de sumo. De sumo sloeg na een half uurtje rijden een aardewegje in doorheen een mangoboomgaard en ik werd afgezet aan de poort van de boerderij van Navdanya, de organisatie voor wie ik ga werken. Na wat getoeter van de taxichauffeur kwam er uit de ochtendstilte een traditioneel geklede heer (dr Harbir Singh) opgedoken die mij met gevouwen handen begroette. Hij liet me binnen en, naar goede indische gewoonte, was het eerste wat hij deed me thee aanbieden. Langzaam maar zeker sijpelden er meer en meer slaperige gezichten naar buiten, westerlingen en Indiërs, tot we met z’n allen rillend in de kou rondom de steenkoolresten van gisteravonds vuur onze handen stonden te verwarmen aan onze warme koppen terwijl we elkaar introduceerden.

En zo ben ik dus aangekomen op de plek waar ik het komende jaar veel tijd ga doorbrengen, de (diepe adem) Navdanya biodiversity conservation farm and Bija Vidyapeeth campus.

De boerderij bestaat uit vijf gebouwen. Het grootste gebouw bevat verschillende eenvoudige kamers voor seminaristen die de cursussen komen volgen die hier regelmatig gegeven worden. Toen ik toekwam was er net een seminarie aan de gang over 'ghandi and globalistion' en ik had het geluk twee boeiende mensen aan het woord te horen: Samdhong Rinpoche, de regeringsleider van de Tibetaanse regering in ballingschap, en Vandana Shiva, de oprichtster en het hoofd van Navdanya en tevens een zeer straffe madam (ze deed mij een beetje denken aan Jeanne Devos want op de een of andere manier lijkt ze op haar).
Vervolgens is er ook een kantoor, waar voornamelijk getelefoneerd, vergaderd en, niet onbelangrijk, chai (thee) met plenty of sugar & milk gedronken wordt. Er is ook een labo waar allerlei metingen gedaan kunnen worden van de bodem en de gewassen. Achteraan is er een zaadbank waar talloze inheemse en traditionele zaden geconserveerd en gestockeerd worden (door Bija Devi, de oude wijze grootmoeder naar wie de campus genoemd is en wiens naam letterlijk luidt: 'zus zaad') vooraleer ze ofwel opnieuw ter plekke geplant worden om een nieuwe generatie te winnen ofwel om uit te delen aan bioboeren.
Ten slotte, last but not least, is er de keuken, het kloppende hart van de boerderij waar Pramji aka 'the roti master' zijn magie bedrijft en iedereen 's ochtends en 's avonds rond het vuur komt samentroepen (de enige verwarming in deze centrale-verwarming-loze en in de winter behoorlijk koude plek) en waar Jeetpal, de kruidenexpert, mij impromptu lessen Hindi geeft en ik prof-op-emiritaat Singh help met het heropfrissen van zijn Duits.
Rondom de gebouwen bevinden zich natuurlijk de velden, waar de biodiversiteit gevierd wordt en er dus talloos verschillende gewassen, planten en bomen staan. Er is een boomgaard met mango, lichi, citroen, guava en waarschijnlijk nog meer lekkers dat ik nog moet ontdekken. Op de velden staan momenteel ondermeer erwten, mosterd, fenugriek, aardappelen, zoete aardappelen, linzen, en momenteel wordt het wintergraan gezaaid (de zomer is het rijstseizoen). De velden worden met indische koeien (inclusief bochel) geploegd en er is ook een apart gebouwtje voor het produceren van vermicompost. De honden houden de bezoekende wilde zwijnen (en elkaar) min of meer in bedwang, maar er staat ook een wachttoren om een oogje in het zeil te houden wanneer de heren varkens iets te gulzig dreigen te worden. Dat het op de boerderij wel ok zit met de natuur, merk je ook aan de vele vogels en zelfs aan het feit dat er twee weken geleden nog een cobra is aangetroffen!

Foto’s: boerderij, Dehradun

1 dec. 2007

Ali de zingende fanaticus

Bahrein, 21:15, 28/11/07

Aangename kennismaking met Ali. Ali is een helaas licht kalende ex-drugverslaafde en -basgitarist met Indische roots. Volgens Ali was zijn band de meest succesvolle rockformatie van zijn land. Zijn land heet Maleisië, en Ali weet me te vertellen dat het voorbije jaar een eclatant succes is geweest voor de natie. Wist je dat de huidige wereldkampioenen bowlen en squash Maleisiërs zijn? Dat er een Maleisiër de ruimte ingestuurd is? Oh ja, en in Maleisië zijn er geen arme mensen. Echt. Geen.
Nadat Ali naar mijn religie geïnformeerd heeft, vraagt hij aan de stewardess of het toegestaan is om te zingen aan boord.

“God sent his son Jesus to earth and he died for us on the cross. He came to bring us salvation. Heaven is the most beautiful place in existence. Toedeloe, toedeloe,…”

“And by the way, you are the most beautiful stewardess I have ever seen”

Zie je, Ali heeft Jezus gevonden. En de geneugten van rode wijn. Ik heb hem verteld dat ik eigenlijk niet kan zeggen van ganser harte tot één enkele religie te behoren. Sindsdien benoemt hij mij “the opposition”, en bestelt hij consequent het tegenovergestelde van wat ik bestel.

“You eat chicken, I eat lamb. You drink water, I drink wine.”

Als ik hem wat later verklap dat ik op een katholieke school gezeten heb, verbeteren de zaken helaas niet. “Catholics are not christians, catholics are romans. I am a true Christian.”

“I went to Antwerp. The Jews control everything.”
Ali heeft het niet voor joden.
“The freemasons are a demonic cult, they are in direct contact with satan and his army of demons.”
Ali heeft het niet ook écht voor de vrijmetselaars.
Ali heeft een lijstje. Staan daar onder andere op: franstaligen (“ignorant”), etnische Maleisiërs (“lazy”) en zijn ex-premier (“hugely intelligent, but a fanatical nut”).

“Listen, do you have a bible?”
“I’m afraid I don’t, no.”
“Ok, listen to me very carefully. I am not trying to convert you. You don’t need to believe anything I say. But you must remember this: Russia is going to annihilate the US. It is written in the bible, the apocalypse...”
“I don’t think there is any mention of Russia and US in the bible, you see those countries didn’t...”
“Listen to me! When you hear on the news that Russia is attacking the US, then you will know that I am right. You must say these words: “father god, forgive me, take me to safety on the hill with the true christians”.

Ali was mijn buurman op het vliegtuig. En ik zat aan het venstertje. De alpen zagen er goed uit, Griekenland een beetje droog, maar niet zo heet als Saoedi-Arabië. Ali zijn hoofd tenslotte, zo kan ik enkel vermoeden, stond in lichterlaaie.


Postscript, Delhi 17:55, 29/11/2007:

Mijn slaperige ogen waren al half gesloten tijdens de vlucht van Bahrein naar Delhi toen ik de volgende aankondiging uit de intercom hoorde komen: “Because of Indian legal regulations, your flight attendants will now disperse an insecticide in the cabin. Please carefully cover your mouth and nose.” Terwijl ik mijn gezicht half in mijn pullover verborg, holden twee stewardessen volkomen synchroon en met opgeheven spuitbussen op hun hoge hakken door de gangpaden links en rechts van me, lustig spuitend. Geen biogarantie meer voor mij, I’m afraid.

Je hoort en ziet soms vreemde dingen terwijl je onderweg bent. En dan heb ik nog niet eens op de beruchte indische trein gereisd.

29 nov. 2007

Welkom

Delhi 29/11/07

Namaskar!



En welkom op de blog.

Na een fijn afscheid uit belgenland en een niet onbewogen vliegreis (over beide binnenkort iets meer), ben ik aangekomen in Delhi. Geurig, smoggy, toeterend en levendig Delhi met, om maar eens iets te noemen, haar dertig meter hoog apengod-beeld langs de straatkant. Nadat ik eerst twee maal op rij mijn taxichauffeur heb doen vrezen dat ik het commando over zijn voertuig wou opeisen (gejetlagde passagier links, doodsverachtende Indische taxichauffeur rechts, check), ben ik naar de 'Foreigners Regional Registration Office' afgezakt en heb ik een dagje doorgebracht met het heen weer badineren tussen immigratieambtenaren.

Blaffend, maar met een grote grijns:

'What do you want?'

'Same thing as the previous three times I came to your desk, I would like to register my stay as a foreigner in India.'

'Why are you here?', blaffend, met onveranderde grijns.

'Because you are the person in charge of registration.'

'You have to add this or that form/photocopy/(vul in naar wens). Then come back.'

Enfin, het duurt dus een beetje langer dan redelijkerwijze verwacht zou kunnen worden, met als gevolg dat ik morgen nog eens op visite mag bij de immigration-wallahs. Ik heb dus nog een extra dagje in Delhi voor de boeg vooraleer ik afreis naar mijn eindbestemming: Dehradun.